Synergie op niveau 1

We willen zoveel mogelijk behandelen met onze beginnende leerlingen. Hoe halen we het maximale rendement uit de beperkte lestijd? Niveau 1 presenteert daartoe drie methodische elementen die elkaar versterken, indien ze gecombineerd worden aangeboden:

  • variatie in vingerzettingen van nieuw aangeboden noten zodat het lezen van de noten wordt gestimuleerd,

  • het gebruik van armgewicht om toon te creëren en de techniek te ontwikkelen,

  • het gebruik van de duimsteun voor vinger 3 om een ronde stand van de hand en een stevige vingertop te stimuleren.

Alle elementen hebben hun eigen functie maar ze versterken elkaar indien ze consequent geïntegreerd worden aangeboden.

Afwisseling in vingerzetting

Eén van de belangrijke elementen van Piano Adventures is de introductie van nieuwe noten met afwisseling in vingerzetting. Dit biedt ons de kans om een groep noten aan te leren zonder er een vaste handpositie aan te koppelen.

(Lesboek, blz. 36)

Zie de afwisselende vingerzettingen in “De centrale C‑mars”. De leerling associeert de centrale C niet automatisch met vinger 1, maar verplaatst de hand door eerst vinger 1, dan 2 en dan 3 te gebruiken.
Door telkens meer armgewicht te gebruiken klinkt er p, mf en f. Overweeg om vinger 3 te ondersteunen met vinger 3 voor de fortes.

Dezelfde benadering wordt gebruikt voor de G van de G‑sleutel en de F van de F‑sleutel. Leerlingen balanceren op vinger 3 bij deze noten, maar spelen die ook met vinger 5. Variatie in vingerzetting versterkt de herkenning van noten en voorkomt de koppeling van een vingernummer aan een specifieke noot. De variatie in vingerzetting heeft ook technisch nut, bezien vanuit het concept van het armgewicht.

(Lesboek, blz. 39)

Armgewicht

Het Techniek- & Voordrachtboek niveau 1 introduceert als vierde techniekgeheim het armgewicht middels een oefening met de naam “Gorilla-armen”. De leerling ervaart hoe zware armen aanvoelen door ze zich voor te stellen als zware gorilla-armen. Door zware armen in de schoot te laten vallen ervaart hij het gevoel van armgewicht.

Het vermogen om het armgewicht in de toetsen te laten vallen ontlast de vingers en de pezen. Het gewicht van de arm kan men laten vallen, stoten, werpen, balanceren op de vingertoppen en overhevelen van vinger naar vinger. Dit effectieve gebruik van het armgewicht vormt de basis voor een mooie toon en een moeiteloze, virtuoze techniek.

Armgewicht kan worden toegepast in het Lesboek, te beginnen met de aanvangsstukjes zonder notenschrift waarbij alle registers van het klavier worden bespeeld. In elk van deze stukjes wordt een kort motief met een vallende arm herhaald in een volgend octaaf.

(Lesboek, blz. 15)

De oude klok” wordt gespeeld met een strak, ritmisch gebruik van het armgewicht, afwisselend met beide armen: rechts-links-rechts-links. Deze grotere armbewegingen leiden tot een sterk gevoel voor puls.

In elk stuk wordt een kort motief aangevangen door het armgewicht te laten vallen en afgerond met het optillen van de hand, hetgeen tegelijkertijd weer de aanzet is voor een nieuwe “val” in het volgende register.

(Techniek- & Voordrachtheft, blz. 13)

Een ronde hand met de 3de vinger ondersteund door de duim.

In “Alle sterren stralen” (Techniek- en Voordrachtboek) ontdekt de leerling hoe hij het armgewicht kan gebruiken om verschillen in dynamiek aan te brengen en met een grote, ontspannen armbeweging indrukwekkende klanken te realiseren.

Duimsteun voor vinger 3

De duim kan als een nuttige steun fungeren voor een instabiele vingertop. De hand staat in een ronde vorm als de duim achter het gewrichtje tussen de laatste twee kootjes wordt geplaatst. Dit voorkomt het knikken van de vingertop. De eerste activiteit aan het klavier in het Lesboek 1 begint voor de leerling met “De pikkende hen” en “De pikkende haan”. Hier wordt de duimsteun voor vinger 3 gebruikt om de ronde hand te waarborgen terwijl de leerling hoge en lage tonen op het klavier verkent — de hand “pikt” als een snavel omhoog en omlaag op het klavier.

(Lesboek, blz. 9)

In het Techniek- & Voordrachtboek is het derde techniekgeheim, “De vingerbril”, een uitstekende voorbereiding voor stevige vingertoppen. Deze oefening legt de nadruk op de stevige vingertop door de duim en één voor één de andere vingertoppen bij elkaar te brengen, “brillenglazen” vormend. Door de duim precies achter het eerste gewricht te plaatsen kan ‘De pikkende hen-techniek’ met elke vinger worden gedaan. Deze concepten komen in het geheugen van de leerling en ze maken het oefenen van techniek prettiger en levendiger.

Integratie

Terwijl de variatie in vingerzetting, het gebruik van het armgewicht en de duimsteun alle drie op hun eigen manier effectief zijn, leveren ze gecombineerd een geweldig resultaat. Om deze integratie te begrijpen dienen we het begrip “uitbalanceren” nader te bekijken. Wanneer de arm, hand en de spelende vinger in één directe, vloeiende lijn staan, dan kan het armgewicht vanzelf overgeheveld worden naar de vinger.

Wees niet teleurgesteld, als dit zweverig klinkt. De duimsteun en/of “De vingerbril” behandelen de kwestie van het uitbalanceren zeer adequaat. En het kan direct aan het klavier worden toegepast, wanneer het probleem zich voordoet. Als een vingertop doorzakt of de vinger en arm zijn niet goed uitgebalanceerd, vraag de leerling dan om een “brillenglas” te maken met de vinger nog op de toets. Door een “brillenglas” te maken wordt niet alleen de vingertop rond, maar komen de arm, pols, hand, knokkel en vinger ook weer in de juiste lijn en mooi in balans te staan, waardoor het armgewicht weer toegepast kan worden.

We hebben gezien dat de duimsteun voor vinger 3 automatisch de vinger, hand en arm uitbalanceert. Met een duimsteun voor vinger 3 kan men dus heel goed ervaren hoe het voelt om het armgewicht in de toets te laten vallen. Tegelijkertijd biedt de afwisselende vingerzetting ruimschoots gelegenheid om de duimsteun voor vinger 3 te gebruiken. Zie het nut, bijvoorbeeld, om de eerste tel van de maten in “Mijn uitvinding” en “De bigband” met vinger 3 te spelen. Hier kan een duimsteun voor vinger 3 worden gebruikt om de balans te garanderen en het gebruik van het armgewicht intenser te ervaren.

(Lesboek, blz. 48)

Meteen goed van start

Het vraagt inspanning en concentratie van de leerling om een noot te herkennen en te associëren met een specifieke toets – maar veel minder moeite dan het moeten afleren van aangeleerde combinaties van noten en vingernummers. Het vraagt ook moeite en concentratie om een leerling te leren om de arm, pols en vinger gecoördineerd te balanceren – maar veel minder dan jarenlang opgebouwde spanning ongedaan te maken. De creatieve combinatie van methodische elementen in niveau 1 zullen uw leerlingen helpen om het vanaf het begin juist te doen.